Jan de Quay en de schilder Karel van Veen met het portret van De Quay in het gijzelaarskamp te Haaren of Sint Michielsgestel, 1942. Fotocollectie: BHIC
Jan de Quay en de schilder Karel van Veen met het portret van De Quay in het gijzelaarskamp te Haaren of Sint Michielsgestel, 1942. Fotocollectie: BHIC

Eerste deel dagboek Jan de Quay na 75 jaar openbaar

  Historie

Woensdagmiddag heeft de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant Wim van de Donk het dagboek van Jan Eduard de Quay in digitale vorm in ontvangst genomen in het Provinciehuis in 's-Hertogenbosch. Jan de Quay (1901-1985) was van 1946 tot 1959 Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant en aansluitend tot 1963 minister-president van het naar hem genoemde kabinet-De Quay. Gedurende een groot deel van zijn werkzame leven hield hij een zeer persoonlijk dagboek bij dat nooit eerder is gepubliceerd. Dit eerste deel behelst de periode 8 september 1944 – 23 januari 1945, en staat nu op de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC): www.bhic.nl/dagboekdequay.

REGIO - Het is nooit de bedoeling geweest van Jan de Quay dat de tekst van dit dagboek openbaar zou worden. Juist daarom is er alle reden om erkentelijk te zijn voor het besluit van zijn nazaten om in te stemmen met de onverkorte publicatie ervan. Want ook na vijfenzeventig jaar is het nog fascinerende lectuur. Uit zijn dagboek: "Ik maak het uitsluitend voor eigen gebruik. – Zakelijke-, particuliere-, gezins- en andere gegevens zullen dus door elkaar loopen…"

Oorlog en bezetting

Op 8 september 1944 begon Jan de Quay een dagboek, waarin de bevrijding van Brabant, de moeilijke leefomstandigheden in de laatste oorlogswinter en de verwikkelingen rond de politieke gezagsverhoudingen nauwkeurig te volgen zijn. Die maanden waren wel de meest dramatische periode uit de Nederlandse geschiedenis. Maar er loopt nog een rode draad door zijn dagboek, namelijk dat van de 'vernieuwing'. Jan de Quay had een duidelijke visie over hoe het na de oorlog verder moest met het verzuilde Nederland.

Zijn dagboeknotities geven een indringend beeld van het toen net bevrijde Brabant. Ook krijgen we toegang tot de leefwereld van een betrokken en gedreven Brabantse, katholieke bestuurder, halverwege de twintigste eeuw. Iemand wiens inzet en keuzes hem, afhankelijk van standpunt en tijdsgeest, soms populariteit bezorgden, en soms ook venijnige kritiek. Verder geven zijn notities blijk van zijn warmhartige karakter en grote toewijding als familieman voor zijn grote gezin. Uit zijn dagboek: "Mogelijk wilde hij, als Opperbevelhebber der ondergrondsche beweging, over mij beschikken. Het was moeilijk waar de grens lag tusschen mijn verplichting voor het gezin en event. voor deze zaak. Ik wilde me niet opdringen, evenmin wilde ik achterblijven. Daarom verzocht ik de Overste den Prins per eerste gelegenheid te berichten, dat ik bereikbaar en beschikbaar was."

Gedreven bestuurder

Jan Eduard de Quay (1901-1985) speelde een belangrijke rol in de Nederlandse politiek van de twintigste eeuw. In 1940 en 1941 gaf hij mede leiding aan de Nederlandse Unie, maar die werd door de Duitsers verboden. Daarna was hij gijzelaar in Haaren en Sint-Michielsgestel en onderduiker in de buurt van Beers. Na de oorlog was hij o.a. minister, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, premier en lid van de Eerste Kamer voor de Katholieke Volkspartij.

Het tweede deel van het dagboek van Jan de Quay verschijnt in het voorjaar van 2020 en loopt tot halverwege mei 1945.

Meer berichten