Column Barend Splinter.
Column Barend Splinter. (Foto: )

Niks moet

  Column

Zolang ik terug kan gaan in mijn geheugen - en dat doe ik vooral als ik effe in een dipje zit - komt meteen het nare gevoel naar boven dat anderen altijd voor jou hebben uitgemaakt wat jij moet gaan doen. Dat begint al op het moment dat je wordt aangeleerd dat je niet meer gewoon het een en ander in je luier mag deponeren, maar dat je voortaan moet aangeven dat je de hele handel zittend op een potje wil gaan lozen.

Voor een jongetje zoals ik was het in het begin best effe moeilijk om de gescheiden afvalstromen dezelfde gewenste richting te geven. Dat het ook op een andere manier geregeld kon worden, heb ik pas geleerd toen ik met mijn vader voor het eerst naar een thuiswedstrijd van RKC mocht. Daar hadden ze ook herentoiletten met populair gezegd potten en pisbakken. En nog wel op maat, voor grote en voor kleine mennekes. Tegenwoordig is dat voor de kleine boodschap niet meer het geval, want daarvoor is een plasgoot in de plaats gekomen.

Op een gegeven moment kom je tot de conclusie dat meisjes zowel lichamelijk als geestelijk heel anders in elkaar zitten dan jongens. Jij krijgt een voetbal of een treintje om mee te spelen en je zus een pop - al of niet met geluid - en de daarbij behorende verzorgingsset. Ik mocht, als ik ook naar dat poppengedoe keek, me absoluut niet bemoeien met bijvoorbeeld het jaarlijkse bezoek aan de poppendokter. Toen ik eens 'per ongeluk' het rechteroogje van de pop van mijn zusje te ver naar binnen had gedrukt, mocht ik bij die poppenarts meekijken hoe hij deskundig het hoofd van de romp af haalde en het oog op zijn plaats terug duwde. Zelfs het ooglidje viel bij het neerleggen van de pop weer gelijktijdig met het andere oog weer keurig in de slaapstand.

Vanaf dat moment kom je in een 'flow' waarbij je steeds meer duidelijk wordt en wordt gemaakt dat er een wezenlijk verschil is tussen de benaderingswijze van jongens onder elkaar en meisjes. Ik moest er rekening mee gaan houden dat meisjes bij het minste of geringste zogezegd over de zeik raakten. Wij, de jongens, moesten eenmaal op de dansles terechtgekomen, de dame leiden terwijl zij zonder blikken of blozen op je tenen gingen staan. Ook wordt van je verwacht dat je bij een etentje heel voorkomend de stoel onder de derrière van je tafeldame schuift en na afloop haar jas uit de garderobe haalt en haar helpt met het aantrekken daarvan. Wij vinden gelukkig nog steeds - ondanks de emancipatie - dat wij, galant als wij zijn, dit moeten blijven doen.

Barend Splinter

Meer berichten