Column Barend Splinter.
Column Barend Splinter. (Foto: )

Kermis

  Column

Afgelopen weekend was het weer kermis in Drunen. Ik weet dat ik en mijn ega un paar dagen van te voren steevast een uitnodiging krijgen van onze dochter om samen met hen en de kleinkinderen ter kermis te trekken. Dus Tweede Pinksterdag wij naar het Raadhuisplein in Drunen. Het was gelukkig prachtig weer en het was gezellig druk, zowel op de kermis als op de terrassen.

Ik geef geen zak om kermis. Het enige leuke is naar mensen te kijken. Moet je je voorstellen dat er mensen zijn die in zo'n hangend gevalletje gaan zitten, door een medewerker van de attractie een stang in de buik gedrukt krijgen, om dan in een draaiende beweging zo'n dertig meter de lucht in gaan. En wat gebeurt er dan? Wij stoere mannen ondergaan met ware doodsverachting deze uitdaging, terwijl al dat vrouwvolk begint te krijsen en te gillen. Voor ons mannen een geluid dat actie tot gevolg moet hebben, want wij moeten onze vrouwtjes redden, maar dat kan niet, want wij zitten ook vastgesnoerd in dat ding. Onze natuurlijke reddingsdrang wordt gesmoord. En dan komt dat kreng eindelijk tot stilstand en moet je constateren dat die gillende keukenmeiden lachend de 'attractie' verlaten.

Nu ik inmiddels tot de senioren behoor, ga ik zulke capriolen echt niet meer uithalen. Ik loop geheid het risico dat ik door één van die dames stront ziek uit de attractie moet worden gehesen, om daarna op een terras, onder het genot van een koud biertje, bij te komen van de beproeving. Voordat je dan eindelijk voor elkaar hebt gekregen dat je met een zak halflauwe oliebollen weer huiswaarts kunt keren, zijn de kleinkinderen nog seffekes in de draaimolen rond geweest.

Dan komde thuis, ge zet de televisie aan om effe cultuur te snuiven en un borreltje te pakken en dan zegt vrouwlief: "Hé Barendje, witte gij wel det vandaog maandag is en dède gij oew Barendje nog mot schrijve?" Unne krachtterm ontsnapte aan mijn lippen, vrij vertaald: "Verdorie nog us an toe zeg!" Langzaam sta ik op en ga de trap op naar boven om daar achter mijn bureau te kruipen, de computer aan te zetten, Word te openen, om dan vervolgens minstens een kwartier naar een lege pagina te kijken. Dè got um nie worre. Un tas thee gehaald beneje en un Marikoekske en daarvan op mun gemak zitten genieten. En dan in unne flits komt ie boven drijven en beginnen mijn middelvingerkes de toetsen van het toetsenbord te beroeren. En dat alles hedde gullie net zitten lezen. Ik ben er nu klaar mee en jullie ok.

Barend Splinter

Meer berichten