Column Barend Splinter.
Column Barend Splinter. (Foto: )

K.weer

  Column

In de krant van afgelopen maandag viel mijn oog op een grote foto met twee eerstehulpverleners en een vrouwspersoon, waarvan het hoofd zeer tactisch buiten beeld werd gelaten, liggend op een bed op de EHBO-post. Volgens het onderschrift had ze teveel gedronken, anders gezegd, ze was straalbezopen. Die zal nu nog wel koppijn hebben schat ik in.

Op dit moment, carnavalsmaandagochtend of zoals ze dat in Duitsland noemen "Rosenmontag", ziet het er buiten allesbehalve rooskleurig uit. Het is zeikweer, oftewel ut waait en het regent. Daar zijn we helemaal niet blij mee, want vanmiddag is het de beurt aan de kinderen in hun optocht. Daar gaan we altijd naar kijken. Meestal kunde aan de rijdende 'kunstwerken' zien of er bij het maken ouderlijke bijstand is verleend. Je haalt er zo de creaties uit die door vaklui in elkaar zijn gezet, want die lopen er stralend naast. Het wordt in ieder geval weer genieten als het weer een beetje wil meewerken.

Als deze Heusdense Courant bij jou in de bus valt, is carnaval weer voorbij en is het Aswoensdag. Toen ik nog een klein Barendje was, moest ik op die dag altijd vroeg mun bedje uit en gingen we met zun allen naar de kerk voor het askruisje. Wee je gebeente als je op school in de klas durfde te verschijnen zonder. Broeder Gabinus, onze meester, was in staat om je bij je oren te pakken en linea recta naar de kerk te sturen om er alsnog een te halen. "Vur schaand!", zou ons moeder gezegd hebben, want ge valt natuurlijk wel op als ge een van de weinigen bent zonder zwart kruiske op oe voorhoofd.

Pas 's-avonds, vlak voor het naar bed gaan werd het inmiddels tot zwarte vlek verworden kruisje verwijderd. Want zo zei ons ma: "Es dieje rotzooi op ut kussen komt, krijg ik ut ur mee ut waasen bijna nie mir uit." Ik weet dat niet, want ik was en ben nog steeds un menneke en hoef dus nooit de was te doen. Dan bende nie verwend of wel dan.

Langzaam maar zeker zullen alle aandenkens aan carnaval zijn verdwenen. Met uitzondering van littekentjes opgelopen in een fase van het feestvieren die niet helder in het geheugen is opgeslagen. Es ge mar leut het gehad. En mocht je jezelf niet helemaal netjes hebben gedragen, dan zal je dat de komende weken wel ingepeperd worden. Ik zou weleens willen weten hoeveel liefdes oorspronkelijk zijn ontstaan tijdens carnaval en hoeveel er daarvan tot een blijvend samenzijn hebben geleidt. Stiekum best veel denk ik. Mooi toch.

Barend Splinter

Meer berichten